|
||
|
|
de
nieuwste column |
|
NOORWEGEN 20077 juni Noorwegen (4) “Het
hangt van de mensen af” zegt Amir of je slaagt als buitenlander.
Het straatbeeld lijkt hem gelijk te geven. Ik noemde al de wijze waarop
de Somali’s zich manifesteren. Sinds kort zijn in Oslo Roemeense
Roma present. Zij doen wat ze elders ook doen: zitten in een voorname
winkelstraat en bedelen. Als we onze weg zoeken aan de hand van een plattegrond
worden we aangesproken. Of we hulp nodig hebben vraagt een man. Hij oogt
vrolijk en hip. Als we het metrostation noemen waarnaar we op weg zijn
nodigt hij ons galant uit om mee te lopen. Waar we vandaan komen. Nederland?
Ik ken Nederlands luidt de reactie en onvervalst klinkt het “busje
komt zo”. Onze gesprekspartner is Egyptenaar, en was in zijn
thuisland toeristengids. Dat verklaart waarom hij ons zo makkelijk aanspreekt
en hoe hij aan die liedjesregel komt: hij maande destijds zijn gezelschappen
naar de bus. 5 juni Noorwegen (3) Het overvloedige Oriëntaalse
eten werd ons aangereikt in een ambiance van Oosterse gastvrijheid, die
ons zeer vertrouwd voorkwam. We waren namelijk te gast bij de Iraanse
familie, met wie we vanaf 2001 twee jaar hebben opgetrokken, toen ze bij
ons om de hoek waren ‘geïnterneerd’ in een AZC. Ik wijdde
eerder een column aan onze ontmoeting en de
wijze waarop deze mensen Nederland werden uitgewerkt. Nu hoorden we de
details van hun tweede ‘vlucht’, naar Noorwegen. Zij werden
eenvoudig op straat gezet vanuit Zevenaar. In Noorwegen (een niet-Schengen
land) hebben ze zich opnieuw gemeld, opnieuw procedures doorlopen en opnieuw
een vreemde taal geleerd. Nu hebben ze allen diploma’s of leren
daar nog voor, banen, inkomen, huizen, kortom perspectief. De neerslachtigheid
voorbij. In bezit van een verblijfsvergunning; Noors staatsburgerschap
in het vooruitzicht. 4 juni
Noorwegen (2) 2 juni Noorwegen (1) Bij de balie voor businformatie, vertelt een oudere dame dat de gewenste bus het vliegveld elk kwartier met de stad verbindt. Ze kijkt vriendelijk, maar mengt dat met zelfbewuste bedachtzaamheid. Alsof ze de nieuw ingekomenen op het hart wil drukken dat dit land zijn zaken bijzonder goed voor elkaar heeft. Dat blijkt. Als het beschavingsniveau van een land ergens aan kan worden afgemeten is het de mate waarin rekening wordt gehouden met minderheden. Gescheiden verkeersvoorzieningen voor voetgangers, wielrijders, gehandicapten en een goed stelsel van openbaar vervoer zijn er voorbeelden van. In Noorwegen is dat perfect geregeld. De eerste luchthavenemployé die we in de ogen kijken heeft zijn voorouders in donker Afrika, en blijkt voorbode van het feit dat ook een veelkleurig etnisch palet het hoge beschavingsniveau weergeeft. In Oslo’s publiek transport en straatbeeld
consumeren Somali’s de Noorse verdraagzaamheid en ruimhartigheid
tot op de graat met hun compromisloos taalgebruik en kleding. Pas hier
valt me op hoe discriminerend dit gedrag in wezen is: ze sluiten er de
Noorse omgeving mee buiten. Zijn ze te gast of nieuwe inwoners? Of combineren
ze de gelijkberechtiging van nieuwe inwoners met de afstandelijkheid van
bezoekers? |
||
|
||