|
GAAT ER IETS BOVEN GRONINGEN?
(door Dagblad van het Noorden geplaatst onder de kop: Er is toch verdorie
in Groningen genoeg om trots op te zijn?)
Het eerste ballonnetje dat staatssecretaris van Gennip opliet over stopzetting
van de steun aan het Noorden gaf de NRC aanleiding voor een bericht (3
juni 2004) onder de kop ‘Het noorden is DDR van Nederland’.
De ondertitel luidde ‘Noorderlingen verontwaardigd over plan stopzetten
subsidie na 2006’. Dodelijk. Vele euro’s aan pr-investeringen
(de spotjes ‘Er gaat niets boven Groningen’) en het effect
van de nationale viering van Koninginnedag vervliegen met dit soort publiciteit.
Wie de berichtgeving over dit thema volgt en Groningen een warm hart toedraagt
wordt er mistroostig van. Onvermoeibare strijders als CdK Hans Alders
verdienen beter. Ik bepleit toespitsing van de discussie op twee punten:
wat houdt ‘de achterstand van het noorden’ precies in en wat
zijn ‘concrete resultaten van de Langman-gelden’.
Het pleidooi om de rijkssteun na 2006 voort te zetten wordt vooral onderbouwd
met een verwijzing naar gemaakte afspraken. Grote woorden als contractbreuk
en Randstadkabinet brengen een ruzieachtig welles-nietes sfeertje dat
volledig voorbij gaat aan de inhoud. Het beeld dat daardoor blijft hangen
is er één van klagende noordelingen. “We hebben er
recht op” (Gerrit Ybema) klinkt al wat zelfbewuster. Daarvoor wordt
dan gewezen op de aardgasbaten die het Noorden bijdraagt aan de landelijke
economie. Inhoudelijk stoelt het pleidooi voor de steunverlening vooral
op het argument dat “de werkloosheid aanzienlijk hoger is dan in
de rest van Nederland en de arbeidsparticipatie nog steeds veel lager.
Het Noorden is wel aan het inlopen, maar dat is een proces waar jaren
overheen gaan.” (Harry Langman) De vraag blijft hoe die achterstand
er uit ziet. In een dunbevolkte regio zeggen percentages niet alles. Bovendien
ontvangt het Noorden al jaren uiteenlopende steunmaatregelen. Daarvan
moet toch concreet kunnen worden aangegeven in hoeverre achterstanden
zijn ingelopen? Hoe kan Ybema anders volhouden dat extra steun in 2010
niet meer nodig zal zijn?
De Rabobank komt in een jaarlijks onderzoek naar het economisch presteren
van de nationale regio´s tot een lijstje waarop het Noorden in de
staart figureert. (DvhN 9 juni jl.) De volgorde van het lijstje wordt
bepaald door een waardering van de dynamiek, productiestructuur, exportgerichtheid
en investeringsbereidheid te vermenigvuldigen met cijfers aangaande winst,
export, werkgelegenheid en omzet. Wat worden we daar nu absoluut wijzer
van, afgezien van het relatieve gewicht ten opzichte van andere regio´s?
Onzinnige Idols-achtige lijstjes zijn het, waar geen burger of ondernemer
de keuze van zijn vestigingsplaats van af laat hangen. Het antwoord op
de vraag of dergelijk onderzoek Rijkssteun voor het Noorden rechtvaardigt,
blijft de Rabo-onderzoeker schuldig. “Als de steun niet gegeven
was, was de achterstand misschien nog wel groter geweest.” Veel
meer gebakken lucht heeft een staatssecretaris van EZ niet nodig om het
beleid te verleggen.
Van Gennip wil kansrijke projecten gaan steunen in plaats van achterstandsregio’s.
Als voorbeeld van zo’n Gronings project noemde zij Energy Valley.
Wethouder Koen Schuiling van Groningen sluit hier bij aan in zijn kritiek.
Hij wijst op de risico´s van stopzetting van de steun na 2006 voor
de aanleg van het Europapark, bedrijvenpark Westpoort en Meerstad. Dat
zijn inhoudelijke argumenten die tevens duidelijk maken wat mede dankzij
de rijkssteun gerealiseerd wordt.
Dat moeten we in de strijd werpen in plaats van het uit p.r.-oogpunt desastreuze
en te abstracte begrip ´de achterstand van het Noorden´. Het
moet mogelijk zijn om noordelijke projecten te benoemen die mede-investeringen
van het rijk rechtvaardigen. Dat klinkt al een stuk zelfbewuster dan ´steunmaatregelen´.
Laten we voor de periode 2006 – 2010 bepleiten dat het Rijk zich
aan die projecten verbindt, met de ‘Langman’-gelden die in
die periode zouden worden toegekend. Het Noorden verplicht zich om aan
te tonen in hoeverre verwachte terugdringing voor de werklosheid er door
wordt gerealiseerd. Op die manier kan het Rijk niet om het Noorden heen
zonder beschamende discussies over het Noorden als achtergebleven gebied.
Er is toch verdorie genoeg om trots op te zijn? De Rotterdamse havenwethouder
die zich liet ontvallen dat Rotterdam niet tot `Delfzijl aan de Maas moet
vervallen`, werd door Harm Post, directeur van Groningen Seaports uitgenodigd
om zijn ogen hier de kost te geven. Post afficheerde zich de uitnodiging
als ‘directeur Rotterdam aan de Eems’. Tijdens het bezoek
kwamen de kansen van het gebied volop aan bod en het Algemeen Dagblad
deed van begin tot eind verslag.
Die kant moet het op!
Bert Westerink
organisatieadviseur

|