|
17 oktober “De
Islam is een religie van vrede”
Vanochtend bericht
dagblad Trouw over de moord op dominee Irianto Kongkoli (40) onder de
kop ‘Vrees voor escalatie na moord predikant Sulawesi’. Mij
treft de invalshoek: vrees voor escalatie.
Niemand kan het bewijzen, maar als de moordaanslag – uitgevoerd
door gemaskerden vanaf een motorfiets – een poging is om tegengeweld
uit te lokken, dan legt die kop de bal bij de groep die wordt geprovoceerd.
Niet bij de overheid die de moordenaars zou moeten opsporen. Een overheid
die daar, in het geval van Sulawesi, al jaren niet in slaagt en de schijn
tegen heeft. De christenen op Sulawesi moeten zich beheersen. Geen aanstoot
geven. Hun woede en verdriet moeten ze verwerken zonder gewelddadig te
worden. “Om wraakgevoelens in de kiem te smoren
heeft de PGI (de Indonesische Raad van Kerken) de kerkleden opgeroepen
zich niet te laten provoceren. (..) „De afgelopen twee jaar hebben
we gezien dat enkele grote aanslagen niet zijn gewroken. Mensen proberen
toch hun leven weer op te pakken, ook als er dit soort incidenten plaatsvinden.”
Voor de christelijke kerk in Centraal-Sulawesi is het de derde keer in
drie jaar dat een prominent lid wordt vermoord. „Tot nu toe is daar
niemand voor opgepakt”, zegt dhr. Gultom van de Raad van Kerken,
die vandaag een delegatie stuurt naar het Indonesische ministerie van
defensie en het parlement. „We willen druk uitoefenen zodat ze de
zaak dit keer wel serieus onderzoeken.”
Op 16 september schreef
Karin Melis in Trouw een belangwekkende beschouwing over te snel oordelen
over mensen. Daarbij ging ze in op de wijze waarop Hannah Arendt de Joodse
raden veroordeelde, die door de Nazi’s gedwongen werden mee te werken
aan de deportatie van hun geloofsgenoten. De christelijke kerken in Indonesië
geraken in een vergelijkbare positie. Op welk moment word je in feite
‘collaborateur’ als je slechts beheerst blijft aandringen
op toepassing van de wet, terwijl jouw groep stelselmatig wordt getergd
en de wet genegeerd? De Indonesische overheid heeft onlangs drie christenen
geëxecuteerd vanwege vermeend leidinggeven aan de rellen van enige
jaren geleden. Moslims worden niet vervolgd of vrijgesproken. Vorig jaar
werden drie christenmeisjes op weg naar school vermoord door onthoofding…
niemand werd veroordeeld. Wie peilt het onmetelijke, 'ongewroken' verdriet
van de nabestaanden? Wanneer ontstaat er begrip voor het uitbarsten van
die groeiende opgekropte woede en teleurstelling over het onrecht?
In dat licht is de vraag van Karin Melis te vertalen naar de vraag: wanneer
oordelen wij te snel over de houding van moslims en die van overheden
in moslimlanden, ten opzichte van hun medeburgers met een andere religie?
Onlangs berichtte
de Washington Post over het vertrek van de laatste rabbi uit Bagdad. De
bekende zegswijze onder de Joden “volgend jaar in Jeruzalem”,
wordt vervangen door “volgend jaar overal, behalve in grimmig Bagdad”.
“De enige resterende synagoge is ontdaan van
uiterlijke kentekenen, sinds de plek drie jaar geleden werd afgedaan als
“de plek voor de Zionisten”. De meeste Joden verlaten hun
huis nauwelijks uit angst te worden gekidnapped of gedood. Rabbi Levy
noemt het woord Israël niet via de telefoon, omdat hij niet weet
wie er mee kan luisteren. “Het is alsof ik voortdurend in een gevangenis
leef, zegt Levy (41). Ik heb hier geen toekomst. Ik moet gaan om een leven
voor mezelf te hebben.”
Er is een lange lijst aan te leggen van overige voorbeelden uit moslimslanden.
Het roept wederom de vraag op: wanneer oordelen wij te snel over de houding
van moslims en die van overheden in moslimlanden, ten opzichte van hun
medeburgers met een andere religie? In Europa is discussie ontstaan over
de vraag of de dood van honderdduizenden Armeniërs genocide was of
het gevolg van een wrede deportatie. Het debat spitst zich wat de Turkse
overheid en de meerderheid van de Turken aangaat toe, op de ontkenning
dat van genocide gesproken kan worden. Toegeven van het tegendeel is in
Turkije zelfs strafbaar. Hoe luid klinkt nou in de discussie door dat
al die doden hoe dan ook een schandvlek zijn, op het blazoen van degenen
die zich er schuldig aan maakten? Het Turkse verbod op het oordeel genocide,
is mijns inziens tekenend voor de geesteshouding van Moslims. Ik hoef
helemaal niet zo nodig tot een oordeel te komen of sprake was van genocide.
Maar als het bewijsmateriaal dat daar vòòr pleit ontkent
wordt, of zelfs überhaupt geweigerd wordt het gesprek aan te gaan,
zullen anderen dan de Turkse gemeenschap het oordeel vellen. Daar dan
vervolgens boos om worden is het paard achter de wagen spannen. Moslims
zullen zelf moeten discussiëren over de vraag hoe al die voorbeelden
van geweld tegen andere religies, en die tegen hun eigen geloofsgenoten
in Darfur, Irak, Afghanistan, te rijmen zijn met de uitspraak ‘De
Islam is een religie van vrede”.
Dat is namelijk wat we vorig jaar hoorden van een imam, tijdens een maaltijd
in het kader van de Ramadan. Hij deed zijn uitspraak, zonder dat hij of
iemand anders in ging op de ogenschijnlijke tegenspraak met de praktijk
op talloze plaatsen in de wereld. Omdat ik me als gast wilde gedragen,
heb ik er niet naar gevraagd. Ik heb in een reactie de vraag opgeworpen
hoe het kan, dat als alle religies zeggen dat ze vredelievend zijn, er
toch zoveel religieus geïnspireerd geweld in de wereld is. Dat is
geen oordeel. Wel een vraag waarvoor ook moslims het gesprek open zullen
moeten aan gaan. Onderling en met hun omgeving. Want de tegenstelling
leidt ook in Nederland tot opgekropte spanning. Dat laten de reacties
op het ondoordachte voorstel van het CNV zien, om een christelijke feestdag
in te ruilen voor een Islamitische: “Zodra
in de moslimwereld een christelijke feestdag wordt geagendeerd”,
of “Zodra er kerken gebouwd mogen worden in
islamitische landen, dan…”
Als niemand meer praat met niemand, vallen er doden in plaats van woorden.

|